| Lymphonet / Geassocieerde technieken / Lymfoscintigrafische studie |
|
|
| Een injectie van
0,2 ml clolloid met radioactief gemerkt Tc99 m wordt in de eerste interdigitale
ruimte gegeven.
Onderstaande curves vertegenwoordigen de lymfoscintigrafische opnames tijdens behandeling met het Cellu M6® van LPG® apparaat, uitgevoerd op het onderste lidmaat. De kop van het apparaat Cellu M6® van LPG® bedekt successievelijk het been en het punt waar de tracer werd ingespoten. “A” bakent de zone af waarin we geïnteresseerd zijn ter hoogte van de dij (pijl A) “B” bakent de zone af waarin we geïnteresseerd zijn ter hoogte veitan de iitnguinale regio (pijl B) |
![]() |
![]() |
![]() |
De blauwe
pijl (1) komt overeen met een toename van
de nucleaire activiteit terwijl de kop van het apparaat LPG®Cellu
M6® op het been werkt (stijging
van het colloidale transport die zich bevinden in de lymfevaten van vena
saphena magna van de dij).
Nota 1: Van zodra de beweging ter hoogte van het been stopt, komt de nucleaire activiteit terug naar de waarde die ze had voor de piekaangezien er geen lymfeknopen zijn in deze zone.De 2e blauwe pijl stemt overeen met de registratie van de nucleaire activiteit ter hoogte van de dij na beweging van de LPG® Cellu M6® op de plaats van de injectie (penetratie en stuwing van het interstitieel colloïd in de lymfebanen). Registratie van de piek uit zich in een kleine latentie periode ( in vergelijking met het moment waarop de beweging gebeurt) dat overeenkomt met de tijd die nodig is voor de colloïden om te migreren van de voet naar de dij. Nota 2: identiek aan nota 1.De rode pijl (3) komt overeen met de effecten van de 1e blauwe pijl, de kop van het LPG® Cellu M6® is op het been, maar deze keer wordt de colloïdale activiteit geregistreed ter hoogte van de inguinale lymfeklieren. Nota 3: Toename van de radioactiviteit in de inguinale regio blijft, zelfs na het stoppen van de beweging met het LPG® Cellu M6® aparaat omdat het collloïd gefixeerd is in de lymfeknoop.De 4e rode pijl komt overeen met de 2e rode pijl, werkt ter hoogte van de injectie plaats, maar deze maal is de registratie gebeurd ter hoogte van de inguinale ganglia Nota 4: identiek aan nota 3 |
| Conclusie:
Een stijging van gemerkt colloïd wordt waargenomen ter hoogte van
de injectie plaats en de inguinale ganglia onder invloed van de LPGÒ
Cellu M6Ò op het onderste lidmaat. Dezelfde waarnemingen werden
verkregen door de ploeg van Fodor.
|
|
|